Onderwijhuisvesting

Beleidskader

Op 19 december 2007 heeft de Raad een besluit genomen over de doordecentralisatie van onderwijshuisvestingsmiddelen van de gemeente naar de schoolbesturen. Met dit besluit is de zorg voor onderwijshuisvesting, inclusief het onderhoud van de schoolgebouwen, met alle bijbehorende middelen en verantwoordelijkheden, onder voorwaarden, voor onbepaalde tijd overgedragen van de gemeente aan de schoolbesturen.

We streven er samen met schoolbesturen naar in de periode 2008-2048 70% van de doorgedecentraliseerde schoolgebouwen te vernieuwen en 30% te renoveren, goed gespreid over de stad en passend bij de ontwikkeling van leerlingenaantallen.

In februari 2014 is de eerste vijf-jaarlijkse evaluatie doordecentralisatie vastgesteld.

Doorgedecentraliseerd.

Met name in de bestaande stad zijn vrijwel alle voorzieningen doorgedecentraliseerd. In de praktijk betekent het dat 91,6% van alle leerlingen in Nijmegen (incl. Voortgezet Onderwijs) onder de doordecentralisatie vallen.

Veruit het grootste deel van het onderwijshuisvestingsbudget van €15,8 miljoen gaat naar de doorgedecentraliseerde scholen.

Niet-doorgedecentraliseerd

Drie schoolbesturen, de Stichting Simonscholen, Kristallis en de Stichting Speciaal Onderwijs zijn niet doorgedecentraliseerd.
De twee scholen, De Oversteek en Het Talent, gevestigd in de voorzieningenharten in Nijmegen Noord zijn eveneens niet doorgedecentraliseerd; ook is de VMBO-locatie van het Citadelcollege in Nijmegen Noord niet doorgedecentraliseerd. Nieuw te bouwen basisscholen in de toekomst in Nijmegen Noord zijn ook (nog) niet doorgedecentraliseerd. Bij basisschool Kleurrijk zijn de leerlingen doorgedecentraliseerd. Het schoolbestuur huurt de school, gevestigd in Voorzieningenhart ’t Hert van de gemeente.

De niet-doorgedecentraliseerde middelen (ca € 3,3 miljoen) worden o.a. besteed aan kapitaal- en exploitatielasten van de niet-doorgedecentraliseerde scholen in de bestaande stad en Nijmegen-Noord, aan overheadkosten en andere interne doorbelastingen.

Onderhoud schoolgebouwen

In het Voortgezet Onderwijs ligt vanaf 2005 de verantwoordelijkheid voor het onderhoud geheel bij de schoolbesturen. De bekostiging vindt rechtstreeks plaats door het Rijk (OC&W). Verantwoording over deze middelen vindt plaats door middel van te overleggen accountantscontrole aan het Rijk.

Voor het Primair Onderwijs gaat met ingang van 1 januari 2015 hetzelfde gelden als voor het voorgezet onderwijs door de overheveling van het buitenonderhoud.
Door deze overheveling van Rijksmiddelen rechtstreeks naar de schoolbesturen komt de zorgplicht voor zowel het binnen- als het buitenonderhoud van de schoolgebouwen in het Primair Onderwijs bij de schoolbesturen.

Financiële consequenties en vertaling in de begroting

Ten opzichte van 2014 is de begroting gedaald van € 18,3 miljoen in 2014 naar € 15,8 miljoen als gevolg van de gerealiseerde bezuinigingen en de lopende onderzoeksopdracht Onderwijs en Jeugd uit de Perspectiefnota 2014.

Daarnaast zal de begroting dalen door de nog in de begroting te verwerken uitname van ca. € 1,5 miljoen uit het Gemeentefonds als gevolg van de overheveling buitenonderhoud PO-scholen.